Fietscross-kampioenen steunen zwaar op ouders

 
DOOR MARC MEIJER

Zoetermeer – Als ouder zijnde komt er ooit een dag dat je kind naar je toekomt met een vraag. Hoewel een vraag, meestal wordt zoiets in de vorm van een bevel op tafel gelegd. Maar in alle gevallen komt het op hetzelfde neer; je kind acht zich rijp genoeg voor een of andere sport. Nu kan je geluk hebben als je kind wil gaan hinkstapspringen, turnen, zwemmen of gewoon voetballen. In zo'n geval is er niks aan de hand, op elke hoek van de straat kan je tegenwoordig wel een van die sporten beoefenen en een turnpakje is nou ook geen enorme investering. Anders wordt het wanneer zo'n hummel komt zeuren over ijshockey, golf, motorcross of zweefvliegen. Buiten het feit dat deze sporten niet in elk telefoonboek voorkomen, vormen ze ook nog eens een enorme aanslag op je portemonnee. Aan dit illustere rijtje kan men sinds een aantal jaren ook fietscross toevoegen.


Marcel Immerzeel en Gerco van Leeuwen (in de bak) in actie
op hun hobbyproject, de zijspan.

Begin jaren tachtig was het fietscrossen een van de populairste sporten ter wereld. Zo ook in Nederland. In elke schuur stond een crossfiets in welke vorm, maat of prijsklasse dan ook. De fietscrossbanen rezen als paddestoelen uit de grond en de KNWU zag het ledenaantal stijgen tot zo'n kleine vijfduizend crossers. Nu, ruim tien jaar later is dat aantal al weer enorm gedaald. Zelfs zo extreem dat er nu nog geen duizend echte fietscrossers meer bestaan. De grootste oorzaak van deze terugloop komt voort uit desinteresse van de commercie. Zo lang er geen crosser op televisie verschijnt, zien sponsors er geen heil in om hun naam te verbinden aan deze sport. Op deze manier moet elke cent door de atleet zelf worden betaald. En aangezien het toch om een behoorlijk bedrag gaat en de sport door veelal jonge mensen wordt beoefend, komt het financiële gedeelte voor de rekening van deouders. Tel daarbij op dat niet alle wedstrijden worden verreden binnen een draaglijke afstandsstraal, zodat de sport niet echt aantrekkelijk is voor ouders. Al met al moet je als ouder veel voor je kind overheb- ben, en niet elk kind is door dat gunstig lot getroffen.

Snelheid

Marcel Immerzeel en Gerco van Leeuwen hebben het getroffen. Beide jonge Zoetermeerders kwamen zo'n zeven jaar geleden in aanraking met het fietscrossen via een vier dagen durende schoolsportcursus. Vanaf de eerste trap waren ze verknocht aan deze sport en tot op de dag van vandaag is daar nog steeds geen verandering in gekomen. Sterker nog, het is alleen maar erger geworden, zodat de twee tieners nu alles volgen wat ook maar iets met snelheid van doen heeft. Het heeft alleen maar zo ver kunnen komen omdat zij wel over eer. beetje 'gekke' ouders beschikken. In het clubhuis van fietscrossvereniging Zoetermeer worden Gerco en Marcel vergezeld door mevrouw van Leeuwen en de heer Immerzeel. Twee fiestcrossgekke ouders die stad en land afrijden met hun club en kinderen. Zo ook het weekeinde van 11 en 12 maart. Dat weekeinde werd het NK-indoor gereden in Leiden. Een kampioenschap dat eigenlijk gold als een soort van opwarmertje voor het echte seizoen en tevens meer spektakel bracht dan andere kampioenschappen. In Leiden werd er namelijk ook gestreden om de titel in de zijspandiscipline. Een spectaculair onderdeel, waar de vonken vaak letterlijk vanaf vlogen. Nog meer vonken vlogen af van de winnaars, inderdaad Marcel Immerzeel en Gerco van Leeuwen. Enkele heats lang trapte Marcel de benen uit z'n lijf, terwijl Gerco met man en macht de zijspan in balans probeerde te houden. Iets waar ze dus goed in zijn geslaagd. "We begonnen perfect. We hadden meteen een goede start en zijn toen niet meer van kop afgekomen", legt Gerco het verloop van de laatste en beslissende race enthousiast uit.

Koningskoppel

De zijspanrace is het kleine broertje van twee andere fiestcross onderdelen, waar beide Zoetermeerders ook zeer verdienstelijk in meetrappen. Op de zijspan vormen zij echter een koningskoppel, mede omdat zij zelf drie jaar geleden de herinvoerders ervan waren. "Het hele zijspangebeuren was op sterven na dood, er waren geen races meer. Totdat ik ergens voor nog geen vijf tientjes een zijspan kon kopen. Vanaf dat moment zijn Marcel en ik voor de gein er een beetje op gaan karren", vertelt de 15-jarige Gerco, die dagelijks het parcours naar de Emmausmavo aflegt. Hij volgt daar een studie die de basis zal vormen voor een opleiding aan de Pabo, zodat hij later voor de klas kan staan. "Het geintje met de zijspan liep echter uit de hand", valt Marcel zijn bakkenist bij. "We namen die zijspan mee naar de wed- strijden om er tussen de races door een beetje op te crossen. Anderen pikten dat idee op en knutselden ook zo'n ding in elkaar. Binnen korte tijd konden we onderling wedstrijdjes hou- den. Zodoende waren meteen de lange wachttijden tussen de reguliere wedstrijden opgevuld". Een geintje dus, zoals de twee snelheidsfreaken het omschrijven. Twee verschillende cross- fietsen, een zijspan en wekelijks honderden kilometers rijden zal toch geen geintje lijken voor de ouders. "Het kost inderdaad enorm veel tijd dat crossen. Als binnenkort de competitie weer begint, blijf je rijden van Made tot Appingedam, wat al gauw zo'n vierhonderd kilometer rijden is", stelt Marcels vader vast. "Ach, het is inderdaad eigenlijk van de gekke, maar dat heb je er wel voor over. Het is een leuke sport en de wedstrijddagen zijn altijd hartstikke gezellig", vult de moeder van Gerco aan, die evenals de heer Immerzeel ook nog een bestuurlijke functie binnen de club vervult. Al met al moet een crosser alles meezitten, wil hij de sport überhaupt kunnen uitoefenen. En als je je ouders zo gek kan krijgen dat ze je vrijwillig willen sponsoren en ook nog eens als je privé-chauffeur willen optreden, heb je een kans om het te maken binnen de fietscrosssport.