Topsport en jonge kinderen

Alle topvoetballers zijn begonnen als kleine straatvoetballertjes. Want om aan de top te komen moet je jong beginnen. Het is dan ook geen wonder dat scouts van Nederlandse voetbalclubs naar Afrika reizen om te kijken of er acht tot tienjarige jongetjes zijn die voor een verdere voetbaltraining in Nederland kunnen worden opgeleid. Maar kunnen kinderen de lichamelijke en geestelijke inspanningen die (top)sport met zich meebrengt wel aan?

Ook acrobaten en turn(st)ers beginnen meestal heel jong met trainen. Hun lichamen zijn dan nog elastisch. Sommigen kunnen hun ruggengraat zo ver achterover buigen dat hun hoofd tussen hun benen kijkt. Overigens bestaan daarbij aanzienlijke rasverschillen. Aziatische kinderen zijn meestal veel soepeler dan de kinderen hier. Op welke leeftijd kunnen kinderen beginnen met een training? En kan zo'n training schadelijk zijn? Wat betreft de schadelijke werking van intensief sporten op hart en vaten van een kind, hoeven we niet bang te zijn. Als de inspanning boven hun krachten gaat, houden zij vanzelf op. Het is wel voorgekomen dat een kind tijdens het sporten overleed aan een hartaanval. Maar bij onderzoek bleek de oorzaak vrijwel altijd een aangeboren hartafwijking. Dat zou tijdens een lichamelijk onderzoek voordat het kind met wedstrijdsport begon, zeker zijn ontdekt. Daarom is een medisch onderzoek voordat een kind zwaar gaat trainen noodzakelijk. Een ander belangrijk feit dat wel eens wordt vergeten, is dat virusziekten het hart kunnen aantasten. Velen zullen zelf ervaren hebben dat je lange tijd doodmoe kunt blijven na een onnozele griep met koorts. In een dergelijke toestand mag je beslist niet aan wedstrijdsport doen, hoe belangrijk die wedstrijd misschien ook is. Er zijn helaas te veel gevallen van jonge sporters bekend die dood gingen tijdens het wielrennen of op het voetbalveld omdat zij nog niet geheel hersteld waren van een 'griep'. Bij sectie werd dan ontdekt dat de hartspier nog ontstoken was. Voor de ontwikkeling van de kinderlijke longen kan lichamelijke training alleen maar gunstig zijn, zelfs als het kind astma heeft. Natuurlijk moet het sporten wel gebeuren in overleg met een arts. Bij kinderen treedt na zware lichamelijke inspanning niet zelden buikpijn, misselijkheid en braken op. Waarschijnlijk is dat een emotionele reactie die ook snel weer overgaat. Blijven de klachten bestaan, dan is het raadzaam naar de dokter toe te gaan. Soms ziet een kind na een zware training dat zijn urine van kleur is veranderd: donkerbruin of rood. Dikwijls heeft dat kind ook een uitgesproken holle rug. Aangezien bloed in de urine altijd een verder medisch onderzoek vereist, moet het dus naar de dokter toe. Waarschijnlijk is er niets bijzonders aan de hand.

Op welke leeftijd kunnen kinderen beginnen met een training? En kan zo'n training schadelijk zijn?

Zware sport

De groei van het lichaam vindt in de 'groeischijven' aan de uiteinden van de lange botten plaats. Zo'n 'schijf' is een laag zeer actieve kraakbeencellen die kalkzouten opnemen en die uiteindelijk fraaie dunne botbalkjes doen ontstaan. Dat is een ingewikkeld proces waar allerlei factoren een rol in spelen zoals de bloedtoevoer, zenuwinwerking, diverse hormonen en mineralen en niet te vergeten mechanische spanningen en druk. Bij het begin van de puberteit zullen onder invloed van geslachtshormonen die groeischijven geleidelijk aan verdwijnen. Het zachte kraakbeen wordt dan stevig bot. Op röntgenfoto’s is dat duidelijk te zien. In de jeugd zijn die groeischijven nog 'open', later zijn ze 'dicht'. De groei is dan voltooid. Tijdens de groeifase zijn de groeischijven relatief zwak. Als er teveel trek op uitgeoefend wordt, bestaat het gevaar dat een botstuk losgetrokken wordt. Dit komt niet zelden aan de voorzijde van het bovenste gedeelte van het scheenbeen voor. Daar is namelijk beneden de knieschijf de sterke pees van de voorste dijbeenspieren vastgehecht. Als die pees voortdurend krachtig aangespannen wordt, bestaat de kans dat een stukje scheenbeenbot losgetrokken wordt. Dit kan gebeuren als kinderen aan sporten doen waar de knie extra wordt belast, zoals bij hardlopen, verspringen en niet te vergeten volleybal. Het kind klaagt dan over een pijnlijke zwelling aan de boven voorzijde van zijn scheen. Deze aandoening komt vrij vaak voor. Let maar eens op hoe vaak u op iemands scheenbeen, vlak onder de knieschijf, een harde knobbel ziet. Iets dergelijks ontstaat soms ook aan de achterzijde van de hiel. Daar heeft de achillespees een stukje van het hielbeen los getrokken. Een te sterke mechanische belasting van nog onvolgroeide botten kan een beschadiging van de groeischijven tot gevolg hebben Daarom mogen kinderen niet aan krachtsporten doen. Niet gewichtheffen, worstelen, kogelstoten en veel springen. Maar wat mag een kind dan wel?

Niet rukken maar rekken

Geen krachttraining dus. Duurtraining evenmin. De praktijk heeft geleerd dat duurtraining weinig positieve resultaten geeft. Om de soepele gewrichten van kinderen zo bewegelijk mogelijk te houden, kunnen ze wel aan flexibiliteittraining doen. Stretchen dus. Niet rukken maar rekken. Stuk voor stuk moeten alle gewrichten langzaam aan worden opgerekt. Bijvoorbeeld het buigen en strekken, naar binnen en naar buiten draaien van het heupgewricht; iedere beweging zo'n tien tot twintig keer. Stretching tijdens de warming-up en cooling-down is voor (top)sporters essentieel. Hoe eerder zij daarmee beginnen, hoe beter. Met techniektraining kunnen kinderen beslist op zeer jonge leeftijd beginnen. Wie die razend vlugge straatvoetballertjes ziet, beseft dat daaruit een nieuwe generatie topvoetballers kan ontstaan. Mits ze verstandig worden begeleid. En dat is ook buitengewoon van belang: dat zij zich door thuis gesteund voelen. Per slot van rekening blijven het kinderen die ook geestelijk nog niet zijn volgroeid. Lukte de wedstrijd niet of zat de training even tegen? Dan hebben zij bemoedigende woorden heel hard nodig. Maar geldt dat niet voor iedereen?

G.T. Haneveld

Een te sterke mechanische belasting van nog onvolgroeide
botten kan een beschadiging van
de groeischijven tot gevolg
hebben.

Bron: EHBO-Magazine le jaargang no. 8