

De zomer is weer begonnen, dat betekent hogere temperaturen, zweten en vaak slopende koersen. Onvoldoende drinken kan voor sporters een enorm beperkende factor zijn. Om dit verlies onderweg te beperken, wordt door de hoge inspanning intensiteit en de continue actie handigheid en creativiteit vereist.
Tijdens het sporten functioneert het maag / darmstelsel veel minder goed dan normaal. Het kiezen van de juiste drank is daarom van groot belang, terwijl eten soms helemaal niet kan. De juiste drankkeuze hangt af van de behoefte van het lichaam. Verder gaat het om de snelheid waarmee de drank (klachtenvrij) ter beschikking komt en in hoeverre prestatievermogen en herstel worden beïnvloed. Tijdens het sporten kan een tekort ontstaan van vocht en van koolhydraten (energiebron). Bij een tekort aan vocht neem je een dorstlesser, heb je behoefte aan koolhydraten, dan kun je beter een energiedrank nemen. Isotone sportdranken met een suikerconcentratie die overeenkomt met die van het bloedplasma - zijn als dorstlesser bedoeld. Die kan een sporter altijd gebruiken. Tijdens de inspanning is je maag in staat per uur een liter van dit vocht aan het bloed af te geven. Isotone dranken leveren - in tegenstelling tot water en thee zonder suiker - ook nog brandstof (koolhydraten).
ISOTONE DRANKEN
Het in isotone dranken aanwezige zout vormt bovendien met glucose (koolhydraat) een koppel dat het vocht versneld door de darmwand heen trekt. Vochtaanvulling vindt dus sneller plaats dan bij het drinken van water alleen. Deze dranken vallen tijdens de inspanning niet bij iedereen goed. Probeer ze dus ruim voor een wedstrijd uit. Born Sportscare, om maar een aanbieder te noemen, heeft naast de isotone dorstlesser ook een isotone energiedrank (BORN Energy). Dit is een energiedrank die goed door het lichaam wordt opgenomen. Hypertone dranken, met een suikerconcentratie die hoger is dan die van het bloedplasma (vruchtensappen en andere zoete dranken), leveren de sporter energie in de vorm van koolhydraten (suikers). Dit zijn de energiedranken. Vooral
in de eerste uren na de inspanning zorgen ze voor een snelle aanvulling van de geslonken voorraden. Vlak voor en overmatig tijdens de inspanning zijn deze dranken echter af te raden, want ze bivakkeren te lang in de maag. Hierdoor stagneert de vochttoevoer vanuit de maag naar de rest van het lichaam. Bij de opname van sterke suikerconcentraties kan het lichaam gaan protesteren met maag- darmklachten (oprispingen, misselijkheid, steken in de zij, braken en maagkrampen). Veel sporters denken kort voor de inspanning extra energie te kunnen opnemen via sterk gesuikerde dranken, maar juist het tegenovergestelde kan gebeuren.
VOORKOMEN
Bij het voorkomen van vochtverlies zijn drie tijdstippen te onderscheiden: voor, tijdens en na het sporten. Vóór training of wedstrijd: Drink de laatste dagen voor een zware inspanning meer dan normaal. Doe dit in vele kleine hoeveelheden (0,2 liter in plaats van 0,5 liter), verspreid over de hele dag. Het lichaam neemt het vocht dan beter op, zodat een grotere vochtvoorraad ontstaat. De behoefte aan vocht is in deze fase ook groter, omdat bij het stapelen van koolhydraten water nodig is, dit vocht komt tijdens het sporten weer vrij. Drink vooraf voldoende, maar overdrijf het niet. Het lichaam heeft een verzadigingspunt bereikt als je langere tijd frequent moet urineren en als de urine licht van kleur is. Te veel en te kort voor aanvang drinken (binnen een uur), vergroot de kans op het moeten urineren tijdens de inspanning. Urineer indien mogelijk vijf tot vijftien minuten vooraf nog een keer. Bij een volledig lege blaas kun je vlak voor de start nog 0,3 tot 0,6 liter water, thee of dorstlesser innemen. Probeer het wel eerst tijdens de training uit om te voorkomen dat je tijdens de wedstrijd moet urineren.
TRAINING EN WEDSTRIJD
Niet iedereen is gewend om tijdens het sporten te drinken. Neem daarom het drinken in het trainingsprogramma op. Veelvuldig kleine hoeveelheden drinken kan zorgen voor een redelijk vochtopname zonder dat je hiervan last krijgt. Houd altijd rekening met de omstandigheden die het vochtverlies beïnvloeden. Zich oefenen in niet- of weinig drinken schaadt de gezondheid. Bovendien zal het lichaam nooit wennen aan een vochttekort. Uitdroging tijdens de wedstrijd kun je op twee manieren beperken: door inwendige (drinken) en uitwendige verzorging (sponzen). Tips voor het drinken onderweg:
je kunt ook zorgen voor verkoeling via de huid: Kleed je niet te koud of te warm. Dek bij warmte met zon je nek af (b.v. door een pet om te draaien)
NA DE TRAINING OF WEDSTRIJD
Drinken na de inspanning is vooral noodzakelijk om het verloren vocht weer aan te vullen en het herstel te bevorderen. Grotere hoeveelheden vocht worden vooral kort na de prestatie beter opgenomen. Op tijd voldoende drinken kan een moe en loom gevoel verhelpen of voorkomen. Nadat het vochtverlies gecompenseerd is, drink je het vocht weer in kleine hoeveelheden. Het lichaam is dan beter in staat het vocht vast te houden. Na een korte wedstrijd in de winter heb je meer aan een energiedrank. Het vochtverlies is dan veel geringer. Een lange duurtraining in de zomer vraagt om echte dorstlessers. Om aan de weet te komen hoeveel je na afloop moet drinken om het verlies te compenseren, kun je tenslotte de volgende testjes doen:
Bron: Wieler revue Nationaal 12e jaargang no 13, 27 juni 2002
Auteur: Born Sportscare